
Waarom je aangetrokken bent tot je partner: het oude zelf dat kiest wie je liefhebt
Je ontmoet iemand en er gebeurt iets. Geen vuurwerk, geen filmmoment. Iets stiller. Een herkenning, diep in je lijf, alsof je lichaam eerder weet dan je hoofd: dit is het. Je bent aangetrokken tot je partner op een manier die je niet kunt uitleggen. Niet omdat die persoon perfect is of omdat jullie zo op elkaar lijken. Maar omdat er iets in hem of haar zit dat voelt als thuiskomen naar een deel van jezelf dat je al heel lang kwijt bent. Je oude zelf herkent iets in die ander. De vraag is: wat precies?
Die herkenning is geen toeval. Het is ook geen lot, hoe graag je dat misschien zou willen geloven. Het is iets veel menselijkers. Je wordt aangetrokken tot je partner vanwege je oude zelf: de versie van jou die ooit moest verdwijnen om te overleven in het gezin waarin je opgroeide. Die versie zoekt nu, via jouw relatie, een weg terug.
De onzichtbare afbeelding in je hoofd
Ergens in je brein draag je een afbeelding mee. Niet bewust, niet iets wat je ooit hebt samengesteld. Het is opgebouwd in de eerste jaren van je leven, uit alles wat je meemaakte met de mensen die voor je zorgden. De warmte van je moeder als ze je vasthield. De afwezigheid van je vader op momenten dat je hem nodig had. De strenge blik van een grootouder. Het onvoorspelbare humeur dat je leerde om op je hoede te zijn. Al die ervaringen zijn samengesmolten tot één onbewust beeld van wat “liefde” voelt.
Wanneer je iemand ontmoet die overeenkomt met dat beeld, slaat er iets aan. Niet je verstand. Je zenuwstelsel. Je herkent iets wat voelt als vertrouwd, als bekend, als thuis. Maar vertrouwd betekent niet automatisch gezond. Wat je herkent is niet per se wat goed voor je is. Het is wat je kent.
Dit verklaart waarom de eigenschappen die je in het begin zo aantrokken, je later zo kunnen frustreren. Want die eigenschappen zijn niet echt van je partner. Ze zijn van jou. Van je jeugd. Van alles wat je daar hebt geleerd over hoe liefde eruitziet en voelt. Je partner draagt de perfecte combinatie van alles wat je als kind hebt ervaren. De warmte én de pijn. De veiligheid én het gemis.
In mijn praktijk hoor ik het keer op keer. Iemand zegt: “Ik begreep meteen wie hij was.” Of: “Het voelde alsof ik haar al kende.” Dat klopt ook. Niet omdat jullie zielsverwanten zijn. Maar omdat je onbewust iemand kiest die het hele spectrum van je vroege jeugdervaringen in zich draagt. Dat is zowel het mooiste als het pijnlijkste van die herkenning: je voelt je thuis bij iemand die je diepste wonden activeert én de belofte van genezing in zich draagt.

Het oude zelf: wat je moest achterlaten om te overleven
Elk kind leert snel wat wel en niet mag in het gezin. Niet door woorden, maar door reacties. Door de blik in je moeders ogen als je boos werd. Door het zwijgen van je vader als je huilde. Door de goedkeuring die kwam wanneer je lief was, stil was, nuttig was.
Je leert aanpassen. Je leert welke delen van jezelf welkom zijn en welke niet. Het kind dat merkte dat boosheid gevaarlijk was, stopte met boos zijn. Het kind dat leerde dat behoeftigheid werd bestraft, werd zelfstandig. Het kind dat zag dat gevoeligheid leidde tot spot, werd hard. Niet omdat dat kind dat wilde. Maar omdat overleven belangrijker was dan compleet zijn.
Wat overblijft is een aangepaste versie van jezelf. Een versie die functioneert, die relaties kan aangaan, die door het leven navigeert. Maar het is niet de hele versie. Er zijn delen achtergebleven: jouw wildheid, jouw zachtheid, jouw honger, jouw grenzen, jouw woede. Delen die je hebt moeten onderdrukken om veilig te zijn in je gezin.
Die verloren delen verdwijnen niet echt. Ze gaan ondergronds. Ze worden onzichtbaar voor jou, maar ze blijven actief.
Het patroon is scherp als je weet waar je moet kijken. Als je grenzen stelselmatig werden overschreden en je leerde dat je gevoelens er niet toe doen, zoek je later een partner die je kan “redden”: iemand die het tegenovergestelde is van degene die je pijn deed. Maar je kiest diezelfde partner ook vanwege de pijn. Want alleen iemand die de wond kan raken, kan hem ook genezen. Dat is de paradox van onbewuste partnerkeuze.
Als er juist van je verwacht werd dat je alles zelf oploste en je nooit om hulp mocht vragen, zoek je een partner die nabijheid biedt. Maar tegelijkertijd voelt die nabijheid als verstikking, omdat je lichaam geleerd heeft dat afhankelijkheid gevaarlijk is. Je trekt iemand aan die dichtbij wil komen en duwt diezelfde persoon vervolgens weg. Het is verwarrend voor je partner. Het is verwarrend voor jezelf.
Soms doe je precies het tegenovergestelde van wat je ouders deden. Soms herhaal je exact hetzelfde patroon dat je als kind zag en “normaal” vond. Beide wegen leiden naar dezelfde plek: je kiest een partner die past bij de vorm van je eigen onvoltooide verhaal. Niet omdat het universum dat regelt. Maar omdat je zenuwstelsel naar het bekende trekt. Zelfs als wat het kent pijn doet en je triggers activeert.

Je valt niet op je partner maar op jezelf
Hier wordt het confronterend.
De meeste mensen willen geloven dat ze verliefd werden vanwege wie hun partner is. De werkelijkheid is ongemakkelijker. Je viel niet op je partner. Je viel op een afspiegeling van jezelf. Op de versie van jou die had kunnen bestaan als je jeugd anders was gelopen. Op het deel dat je hebt moeten opgeven en dat nu, in het lichaam van een ander mens, plotseling weer tot leven komt.
Denk daar eens over na. Wat trok je het meeste aan toen jullie elkaar ontmoetten? Was het zijn rust terwijl jij altijd op scherp staat? Was het haar vrijmoedigheid terwijl jij nooit durft te zeggen wat je echt voelt? Was het hoe makkelijk hij grenzen stelt terwijl jij jezelf wegcijfert? Was het haar vermogen om te genieten terwijl jij altijd maar presteert?
Die aantrekking is geen toeval. Het is je psyche die zegt: hier is wat je mist. Hier is het deel van jezelf dat je bent kwijtgeraakt. Het voelt als “lot” of als “zielsverwantschap.” In werkelijkheid ben je aangetrokken tot je partner vanwege het oude zelf dat je terug wilt hebben. Dat verklaart de intensiteit. Dat verklaart waarom het zo veel dieper voelt dan een simpele voorkeur: het raakt aan wie je in de kern bent.
Maar hier zit de valkuil. Veel mensen proberen het ontbrekende deel terug te krijgen door het te bezitten via hun partner. Ze plakken zich vast. Ze worden afhankelijk van die ander voor het gevoel compleet te zijn. Of ze doen het tegenovergestelde: ze proberen hun partner te veranderen, zodat de confrontatie met het eigen gemis verdwijnt.
In mijn praktijk zie ik koppels die al jaren in deze dans zitten. Hij is aangetrokken tot haar warmte, maar klaagt dat ze te emotioneel is. Zij is aangetrokken tot zijn kalmte, maar klaagt dat hij koud is. Ze herkennen elkaars verloren delen, maar in plaats van naar zichzelf te kijken, vechten ze over wie er moet veranderen.
Misschien is het makkelijker om je partner de schuld te geven dan om naar jezelf te kijken. Dat begrijp ik. Maar de echte vraag is niet: waarom is mijn partner zo? De echte vraag is: wat zegt mijn aantrekking tot mijn partner over wat ik zelf ben kwijtgeraakt?

Wanneer herkenning fusie wordt
Er is een verschil tussen iemand herkennen en in iemand verdwijnen. Veel relaties beginnen met herkenning en eindigen in fusie. Jullie worden zo verweven dat je niet meer weet waar jij ophoudt en je partner begint. “We zijn zo close. We begrijpen elkaar zonder woorden. We zijn één.”
Hoe staat het eigenlijk met jullie intimiteit en seksleven?
Ontdek in 5 minuten waar je staat op 6 cruciale gebieden rond seks en intimiteit – en krijg een persoonlijk rapport met concrete vervolgstappen direct in je inbox!
Ga naar de gratis scorecard
Dat voelt in het begin als ultieme liefde. Maar fusie is geen intimiteit. Het is het tegenovergestelde. Want intimiteit vraagt twee aparte mensen die ervoor kiezen om dichtbij te komen. Als er geen twee aparte mensen meer zijn, is er niemand meer om dichtbij te zijn.
Er zijn twee manieren waarop je kunt weten wie je bent. De eerste is via de ander. Je voelt je goed als je partner zegt dat je goed bent. Je voelt je gewild als je partner laat merken dat hij of zij je wil. Je identiteit hangt af van de spiegel die de ander voorhoudt. Dat is geen zelfkennis. Dat is afhankelijkheid.
De tweede manier komt van binnenuit. Je weet wie je bent, ook als je partner het er niet mee eens is. Je kunt jezelf vasthouden onder druk. Je hoeft niet gelijk te krijgen om te voelen dat je ertoe doet. Dat is waar echte intimiteit begint. Niet bij het versmelten, maar bij het verdragen van verschil.
Herken je dit? Je partner zegt iets wat je raakt en in plaats van erbij te blijven, klap je dicht. Of je gaat in de aanval. Of je geeft toe: niet omdat je het eens bent, maar omdat de spanning ondraaglijk voelt. Dat zijn tekenen dat je gevoel van wie je bent te veel afhangt van hoe je partner naar je kijkt. Dat het “samen” een manier is geworden om het “alleen” niet te hoeven voelen.
Twee mensen die allebei op deze manier functioneren kiezen elkaar niet per ongeluk. Je kiest een partner op precies hetzelfde niveau van zelfkennis als jijzelf. Niet omdat het universum jullie koppelt, maar omdat je oude hechtingspatronen alleen kunnen herhalen met iemand die op hetzelfde punt staat.
Dat is geen veroordeling. Het is een uitnodiging. De groei die jouw relatie nodig heeft, begint niet bij je partner. Die begint bij jou.

Hoe herken je het oude zelf in je relatie en wat doe je ermee?
Weten dat je aangetrokken bent tot je partner vanwege je oude zelf is pas de eerste stap. Het verandert niets als je er niet mee aan het werk gaat. Wat volgt zijn vijf concrete oefeningen die je vandaag kunt doen. Niet om je relatie te “repareren.” Maar om jezelf beter te leren kennen binnen je relatie.
Dit vraagt moed. Het vraagt dat je bereid bent om voorbij de oppervlakte te kijken en eerlijk te zijn over wat je daar vindt. Niet iedereen is daar klaar voor. Maar als je dit leest, vermoed ik dat jij dat wel bent.
Kijk naar wat je bewondert in je partner
Neem een moment. Denk aan de eigenschappen die je het meest aantrekken in je partner. Niet het uiterlijk. Het karakter. De manier waarop hij of zij door het leven beweegt. Schrijf het op als je wilt.
Stel dan de vraag: is dit iets wat ik mezelf toesta? Of is dit precies wat ik bij mezelf heb afgesloten? Als je partner de ruimte neemt die jij niet durft te nemen, dan is dat niet alleen aantrekking. Dat is informatie. Over jou. Over het deel van jezelf dat je ergens onderweg bent kwijtgeraakt.
Veel mensen ontdekken dat ze bewonderen in hun partner wat ze zichzelf verbieden. De spontaniteit die ze als kind moesten inruilen voor braafheid. De grenzen die ze nooit leerden stellen. De luidruchtigheid die ze moesten dempen. Die bewondering is je kompas naar je oude zelf.
Kijk naar wat je irriteert
Dit is moeilijker. De dingen die je het meest frustreren in je partner zijn vaak een spiegel van je eigen schaamte. Niet altijd: soms is irritatie gewoon irritatie. Maar soms zit er iets diepers onder.
Als je partner zijn emoties toont en jij wordt daar onrustig van, vraag je dan af: mag ik zelf emotioneel zijn? Als je partner grenzen stelt en jij voelt je afgewezen, vraag je dan af: wat heb ik geleerd over grenzen in mijn jeugd? Als je partner onbeschaamd geniet en jij voelt een steek: wanneer heb ik geleerd dat genieten niet mag?
De irritatie die je voelt is zelden alleen over je partner. Het is de frictie tussen wat de ander zich toestaat en wat jij jezelf ontzegt. Dat is ongemakkelijk om onder ogen te zien. Maar het is ook precies de plek waar je kunt groeien.
Oefen zelfvasthouden
Dit is de kern van alles. Zelfvasthouden betekent dat je jezelf kunt kalmeren zonder dat je partner daarbij hoeft te helpen. Het betekent dat je kunt verdragen dat je partner het niet met je eens is, zonder dat je instort, explodeert of bevriest.
Concreet: de volgende keer dat er spanning is tussen jullie, neem een stap terug. Niet weg. Terug. Leg je hand op je borst. Voel je ademhaling. Adem vier tellen in, zes tellen uit. Herhaal dit drie keer. Zeg tegen jezelf, in stilte of hardop: ik ben oké, ook als dit oncomfortabel is. Ik hoef niet op te lossen, niet te vluchten, niet te bevriezen. Ik mag hier zijn met wat ik voel.
Dat klinkt eenvoudig. Het is het niet. Je hele zenuwstelsel is geprogrammeerd om te reageren op spanning door te vechten, vluchten of bevriezen. Maar elke keer dat je jezelf vasthoudt in plaats van je partner te grijpen of weg te duwen, bouw je aan een steviger gevoel van wie je bent. Onafhankelijk van wat de ander doet. Dat is het fundament van een relatie waarin twee aparte mensen bewust kiezen om dichtbij te zijn.
Onderzoek je diepste verlangen
Je aantrekking tot je partner gaat verder dan je bewust beseft. De manier waarop je aangeraakt wilt worden, hoeveel nabijheid je aankunt, wat je opzoekt in intimiteit en wat je afschrikt: het is geworteld in hoe je als kind bent behandeld. Niet als bewuste herinnering, maar als lichamelijk patroon.
Stel jezelf de vragen: hoe werd ik geliefd? Mocht ik plezier voelen? Werd mijn lichaam met respect behandeld? Kon ik vertrouwen dat er iemand was als ik die nodig had? De antwoorden vormen een onzichtbare blauwdruk van hoe je je seksuele zelf en verlangen ervaart. Niet om je verlangens te pathologiseren. Maar om met mildheid te begrijpen waarom je bent wie je bent in de nabijheid van een ander. Wat je het meeste opzoekt in intimiteit vertelt je iets over wat je als kind het hardste nodig had.
Praat erover met je partner
Niet in de vorm van “jij moet veranderen” of “dit is jouw schuld.” Maar in de vorm van: “Ik begin te begrijpen waarom ik op jou viel. Ik begin te begrijpen wat dat zegt over mij.” Dat is kwetsbaar. Het is misschien het moeilijkste gesprek dat je ooit voert met je partner.
Maar het is ook het gesprek dat jullie relatie kan transformeren. Van twee mensen die onbewust elkaars gaten proberen te vullen naar twee mensen die bewust kiezen om samen te groeien. Dat gesprek hoeft niet perfect te gaan. Het hoeft niet in één keer alles op te lossen. Het enige wat het hoeft te doen is de deur openen naar eerlijkheid. Naar het soort eerlijkheid dat zegt: ik laat je zien wie ik werkelijk ben. Niet de aangepaste versie. De echte.
Dat je aangetrokken bent tot je partner vanwege je oude zelf is niet het probleem. Het is het startpunt. Je partner is niet je redding en niet je vijand, maar je spiegel. De moed om in die spiegel te kijken zonder weg te rennen is waar echte veilige verbinding begint.
Wie aangetrokken is tot een partner vanwege het oude zelf dat hij of zij kwijtraakte, kan dat deel terugvinden door het in zichzelf te ontwikkelen in plaats van het in de ander te zoeken. Dat is het punt waarop je relatie geen onbewuste herhaling meer is, maar een bewuste keuze vanuit volheid.















