Relatieontwikkeling en Dynamiek
Anoek LeppinkEFT relatietherapeut8 min lezen
De machtsstrijd die je relatie kan redden
De meeste koppels denken dat hun relatie stukloopt als de verliefdheid voorbij is. Maar de machtsstrijd in relaties is geen eindpunt: het is de fase waarin oude pijn bovenkomt en echte intimiteit mogelijk wordt.

Er was een tijd dat je zijn stem hoorde en iets in je ontspande. Dat je haar binnen zag komen en de kamer warmer werd. En nu sta je in diezelfde keuken en voel je vooral spanning. De kleine dingen irriteren. De gesprekken lopen vast op dezelfde plek. Je vraagt je stilletjes af of de liefde gewoon op is. Toch is er iets anders aan de hand: wat jullie overkomt heeft een naam. De machtsstrijd in relaties is een herkenbare fase die bijna niemand benoemt.
Ik zie dat moment vaak in mijn praktijk. Twee mensen die van elkaar houden en toch het gevoel hebben dat ze elkaar kwijt zijn. De meeste koppels denken op zo'n punt dat hun relatie stukloopt. In werkelijkheid staan ze op de drempel van iets diepers. Alleen voelt die drempel aan als een afgrond.
De roes die de rode vlaggen verbergt
In het begin was er geen strijd. Er was alleen die roes. Je dacht aan de ander als je wakker werd en als je ging slapen. Alles aan hem of haar leek te kloppen. Dat was geen toeval. Verliefdheid is een eigen systeem in je lichaam, intens en dwingend, dat je aandacht volledig naar één persoon trekt.
Wat dat systeem doet, is selectief kijken. Het ziet wat het aantrekkelijk vindt en het filtert de rest eruit. De eigenschappen die later gaan schuren, de verschillen, de rode vlaggen: ze waren er al, maar je zag ze niet. Dat kwam niet doordat je naïef was. De roes doet juist dit werk: hij brengt twee mensen dicht genoeg bij elkaar om zich te binden, voordat ze weten waar ze aan beginnen.

En dan, na maanden of na jaren, zakt die roes. Dat voelt als verlies. Veel mensen denken op dat moment: er is iets kapot. Maar er gaat niets kapot. De roes heeft zijn werk gedaan en treedt terug. Wat overblijft is dezelfde liefde, nu met zicht op wie de ander werkelijk is.
Als de maskers vallen
Zodra de roes wegtrekt, komt er iets anders in beeld. De ander blijkt niet helemaal te zijn wie je dacht. En jij blijkt dat ook niet te zijn, niet voor je partner en soms ook niet voor jezelf. De maskers die je in het begin zonder moeite ophield, worden zwaarder. Je oude gevoeligheden komen boven. De plekken waar je ooit gekwetst bent, gaan weer meedoen.
Dit is het punt waarop twee mensen elkaar voor het eerst echt zien. En juist omdat het zo echt is, voelt het bedreigend. Zolang jullie versmolten waren, leek alles vanzelf te gaan. Nu neemt de een een eigen standpunt in, wil de een iets anders dan de ander. En dat voelt meteen als afstand. Alsof er iets wordt weggenomen.
Veel koppels lezen dit verkeerd. Ze denken dat de klik weg is. Dat ze zijn veranderd. Dat ze niet bij elkaar passen. Maar wat er gebeurt is het tegenovergestelde van mislukking. Jullie zijn aangekomen op de plek waar het echte werk begint. Alleen ziet die plek eruit als wrijving.
Onder de strijd zit oude pijn
En dan begint het. De een gaat controleren, meer vragen, vaker checken. De ander trekt zich terug, wordt stiller, verdwijnt in zijn eigen hoek. Er komen verwijten. Dezelfde ruzie, in steeds andere kleren. Dit is de fase waarin jullie elkaar de baas willen zijn. Het is de minst begrepen fase van allemaal.
Want wat er eigenlijk gebeurt is dit: je vecht niet tegen je partner. Je vecht tegen oude pijn. Als je partner zich terugtrekt op het moment dat jij contact zoekt, raakt dat een plek in jou die veel ouder is dan deze relatie. Je lichaam reageert alsof er echt gevaar is. En een lichaam dat ooit geleerd heeft dat verbinding niet veilig was, blijft langer in alarm dan nodig. De spanning zakt niet zomaar. Je blijft natrillen, ook als de ruzie allang voorbij is.

Hier zit de motor onder de strijd. Allebei proberen jullie je eigen angst te dempen door de ander te sturen. Jij wilt dat hij reageert, zodat jij je weer veilig voelt. Hij wil dat jij ophoudt met vragen, zodat hij weer lucht krijgt. Hoe harder de een trekt, hoe verder de ander wegschiet. En omgekeerd. Het gedrag wordt starrer en de sfeer grimmiger. Toch is er niemand die het expres doet.
Je draagkracht wordt in die fase klein. Dat is het vermogen om spanning, kritiek of verdriet te verdragen zonder dicht te klappen of weg te lopen. Onder druk krimpt die draagkracht bij jullie allebei. Daarom gaan dezelfde gesprekken telkens weer dezelfde kant op. Dat komt niet doordat jullie het onderwerp niet snappen. De betekenis eronder is nooit gehoord. Zolang die betekenis in het donker blijft, verandert er niets. Elk gesprek loopt vast op precies dezelfde plek.
Waarom de meeste koppels precies hier vertrekken
Dit is het pijnlijkste wat ik in mijn praktijk zie. Koppels verlaten de relatie juist op het moment dat echte verbinding mogelijk wordt. Ze houden het niet meer vol in de wrijving en ze concluderen: dit is het dus niet. Terwijl de wrijving juist de deur is.
Want in de strijd leer je iets wat in de roes onmogelijk was. Je leert om jezelf te blijven terwijl de ander anders is. Om je eigen vorm aan te nemen zonder dat je partner precies moet voelen wat jij voelt. Zo leer je staan op je eigen benen, dicht bij iemand die ook op zijn eigen benen staat. En pas daar ontstaat echt respect. Dat respect verdien je door jezelf te blijven op de momenten die ertoe doen.

Er zit ook iets verrassends in. Verlangen heeft vaak wat ruimte nodig. In de versmolten begintijd was er geen ruimte tussen jullie. Op den duur dooft dat het vuur. Wie zichzelf volledig verliest in de ander, verliest vaak ook de spanning. De machtsstrijd dwingt jullie uit elkaar te stappen. Dat voelt eerst als bedreiging. Maar diezelfde ruimte is waar aantrekking opnieuw kan ademen.
Misschien is dit het oncomfortabele deel. Misschien is het niet je partner die het probleem is. Misschien ben jij degene die wegloopt zodra het echt spannend wordt, omdat blijven moeilijker is dan vertrekken. Dit geldt voor relaties waarin jullie allebei willen blijven, niet als algemene plicht om koste wat kost te blijven. De moeilijkste conflicten bewijzen niet dat jullie niet samen horen. Vaak zijn het juist de plekken waar je het meest te winnen hebt.
Herstel is een vaardigheid die je kunt leren
Hier komt het goede nieuws. Het is concreter dan je denkt. Botsen zul je blijven doen. De uitweg is leren herstellen. En herstel is geen karaktertrek waarmee sommige mensen toevallig geboren zijn. Het is een vaardigheid. Je kunt het leren, ook als je het nooit hebt gezien.
Een herstelpoging is elke kleine zet waarmee je de spanning verlaagt. Een grapje, een hand op een arm, een zin als: even pauzeren. En het gekke is: zo'n poging hoeft niet mooi geformuleerd te zijn. Een onhandige zin die oprecht is, landt vaak beter dan een perfect excuus dat koud blijft. Wat telt is of de ander het kan ontvangen. En dat lukt het makkelijkst als je er vroeg bij bent, voordat de bitterheid zich heeft opgestapeld.

Als er een diepere wond is geraakt, een moment waarop je partner er niet was toen je hem of haar het hardst nodig had, dan gaat herstel in stappen. Eerst benoem je wat er toen gebeurde en wat het met je deed. Dan zeg je concreet wat je nu nodig hebt. En dan reageert je partner anders dan de vorige keer. Pak daarbij één ding tegelijk. Gooi niet alle oude ruzies op één hoop, want dan bedelf je de ander onder een lawine en haakt iedereen af.
Heel praktisch kun je drie zinnen oefenen. De eerste: ik merk dat dit ons allebei raakt, zullen we even stoppen? De tweede: ik bedoelde het niet zo, maar ik snap dat het zo binnenkwam. De derde is de belangrijkste: wat heb je nu van mij nodig? Deze zinnen zijn geen trucje. Ze zijn een manier om in het heetst van het moment de deur open te houden in plaats van hem dicht te slaan.
Eén ding wil ik hier eerlijk bij zeggen. Herstel heeft grenzen. Waar sprake is van dwang, intimidatie of geweld, is herstel alleen niet genoeg. Dan zijn afstand en grenzen nodig, geen zoveelste verzoening. Herstel hoort tussen twee mensen die allebei hun best doen, niet tussen iemand die kwetst en iemand die blijft vergeven.
Veilige liefde is niet conflictvrij
Veel mensen dromen van een relatie zonder ruzie. Alsof rust het bewijs van liefde is. Maar een relatie zonder enige wrijving is meestal een relatie waarin iemand gestopt is met zichzelf laten zien. Conflict hoort erbij. Botsen doen jullie sowieso. Het gaat om wat er daarna gebeurt.

Want veiligheid zit niet in het uitblijven van verstoringen. Veiligheid zit in het herstel erna. Komt er na een breuk telkens weer verbinding terug? Dan ga je lijfelijk vertrouwen dat deze band houdt, ook als het even misgaat. Dat is iets heel anders dan een relatie waarin nooit iets mag schuren. Het is dieper en het is sterker.
Dit is waar de fase naartoe werkt: naar een liefde die verstoringen heeft overleefd en telkens weer is hersteld. Dat is volwassen liefde. Ze is niet glad. Ze is doorleefd.
Hoe kom je samen door de machtsstrijd heen?
Vermijden werkt niet en afwachten tot het vanzelf weer licht wordt ook niet. Je komt eruit door te blijven en te leren. Door de strijd te lezen als een doorgang in plaats van een eindpunt. En door samen te oefenen in herstel, keer op keer, tot je weer durft te geloven dat deze band houdt.


